Het Engelse Werk

Het Engelse Werk

In de 80 jarige oorlog kreeg Zwolle van de Staten van Holland toestemming om de stad te versterken tegen de Spanjaarden met een vesting rond de stad en drie aarden bolwerken. Deze werden onderling verbonden door een linie vanuit de stad naar de IJssel. Zwolle kon zo ook als militaire uitvalsbasis vanuit het westen dienen. Het laatste bolwerk aan de IJssel was de Katerschans die het Katerveer moest beschermen. Zo konden de troepen van Holland over de Veluwe veilig via het veer naar de overkant van de IJssel komen. In de jaren 1698-1701 werd de linie verder uitgebreid richting het zuiden met twee grote Hoornwerken. Dit vestingwerk, dat op de plaats lag van het huidige Engelse Werk, werd aangelegd door de beroemde vestingbouwer Menno van Coehoorn.

Toen de vesting in 1809 door Lodewijk Napoleon aan de stad Zwolle werd geschonken werd deze omgevormd tot een park in de Engelse Landschapsstijl. Het park is vermoedelijk ontworpen  door tuinarchitect Hendrik van Lunteren die ook vestingwerken rond de binnenstad omvormde tot een wandelpark. De transformatie van vestingwerk tot landschapspark ging nog met schep en kruiwagen waardoor grootschalig grondverzet niet wenselijk was. Vandaar dat de hoofdvorm van de vesting nog gedeeltelijk aanwezig is. Twee poortjes in het park herinneren nog aan deze functie.